Deze reader geeft een overzicht van wet- en regelgeving die van toepassing is voor een ieder die in Nederland sportduikinstructie verzorgt. Deze kennis is van belang voor duikscholen, verenigingen, duikinstructeurs en begeleiders, maar ook voor de leerlingen en leden van duikteams, verenigingen en/of stichtingen.

  • Wat heb je als sportduikinstructeur of duikvereniging te maken met Arbeidsomstandighedenwetgeving ?
  • En hoe zit het nu precies met de Europese normen?

Hieronder volgt aan de hand van de regelgeving een vertaling naar de praktijk.

ARBO-wet
De Arbeidsomstandighedenwet is bedoeld om goede arbeidsomstandigheden te waarborgen.

In deze wetgeving is een deel opgenomen waarin het werken onder overdruk wordt gereguleerd. Dat is niet uitsluitend van toepassing op de beroepsduiker, maar ook deels op de sportduikinstructeur die hiervan zijn beroep heeft gemaakt en op de vrijwillige sportduikinstructeur die voor een duikschool, vereniging, stichting of sportorganisatie sportduikinstructie geeft (artikel 1 lid 3 onder k+l). Er is in deze situatie namelijk sprake van een gezagsverhouding, waardoor deze wet van toepassing is.

We hebben in dit document niet integraal de wetsteksten overgenomen. Bovendien beperken we ons tot die zaken die op sportduikinstructie betrekking hebben. Uitgebreide informatie, zoals wetsteksten, Europese normen en voorbeelden van een RI&E kun je terugvinden op www.wetten.nl, www.nen.nl en , www.rie.nl  Informatie over de Arbeidsomstandighedenwetgeving kun je vinden op www.arbeidsinspectie.nl

De sportduikinstructeur in de ARBO-wet
Voor de sportduikinstructeur staan de meeste bepalingen in het bij de Arbeidsomstandighedenwet behorende Arbeidsomstandighedenbesluit, hoofdstuk 6, Afdeling 5, artikel 6.13. Daarnaast moeten we ook steeds de nota van toelichting en de beleidsregels bestuderen die bij een artikel behoren.

ARBO-besluit, H6, Afd 5, Art 6.13
Als we sportduikinstructie geven binnen de kaders die het besluit aangeeft, hoeven we slechts te voldoen aan een beperkt aantal regels. Die kaders zijn de volgende:

  • gebruik maken van SCUBA (Self-Contained Underwater Breathing Apparatus)
  • duikdiepte maximaal 50 meter met een decompressietijd van ten hoogste 20 minuten
  • partiële zuurstofdruk in het ademgas van maximaal 1,4. x 105 Pa

Consequenties voor de sportduikinstructeur
Als sportduikinstructeur moet je dus extra opletten bij het geven van een specialisatie Nitrox of Decompressie. Als je afwijkt van het bovenstaande heeft dit grote gevolgen voor de toepassing van regelgeving. Je moet dan aan alle eisen voldoen en kunt geen aanspraak meer maken op deze uitzondering.

ARBO-besluit, H6, Afd 5, Art 6.14
Lezen we verder in artikel 6.14 dan moet de sportduikinstructeur

  • een geldige medische verklaring hebben van een arts. Je moet iedere 12 maanden gekeurd worden, tenzij de keurende arts een andere termijn voor goedkeuring aangeeft*
  • lichamelijk en geestelijk in staat zijn gevaren te herkennen en zo mogelijk te voorkomen. Je zult dus fit, helder en gezond je instructies moeten geven.

* Het Huishoudelijk Reglement van de NOB schrijft voor dat NOB-leden (dus ook instructeurs) jonger dan 50 jaar (ten minste) elke drie jaar gekeurd moeten worden. Deze termijn wordt dan ook geadviseerd in de uitgave „Keuringsrichtlijnen Sportduiken‟. De keurende arts zal zowel op het keuringsformulier als in het logboek altijd de geldigheidsdatum van de keuring noteren. Hiermee geeft hij concrete invulling aan de zinsnede “tenzij de keurende arts een andere termijn voor goedkeuring aangeeft”.

Consequenties voor de sportduikinstructeur
Hier is natuurlijk niets nieuws onder de zon: om te duiken moet je zowel geestelijk als lichamelijk goed functioneren. Verder moet je ervoor zorgen dat je je sportduikkeuring op tijd laat doen.

ARBO-besluit, H6, Afd 5, Art 6.15
In artikel 6.15 Arbeidsomstandighedenbesluit, met de bijbehorende nota van toelichting en de beleidsregels lezen we vervolgens dat op de plaats waar sportduikinstructie gegeven wordt het volgende aanwezig moet zijn:

  • Een werkinstructie. Deze wordt als deugdelijk aangemerkt als bij de weergave van de veiligheidsvoorzieningen en de noodprocedures ten minste aandacht is besteed aan
    • verantwoordelijkheden en bevoegdheden
    • materieel en onderhoud
    • duikprocedures
    • inschakeling reserveduiker
    • voorzieningen en procedures voor situaties die afwijken van de algemeen voorkomende werksituaties
    • richtlijnen voor decompressie
    • ongevalsmelding en medische hulp
    • samenstelling en gebruik van de EHBO-uitrusting waar een zuurstofkoffer deel van uitmaakt. Volgens de Europese norm moet dit een zuurstofset zijn die ten minste 15 liter zuurstof per minuut gedurende een periode van 20 minuten kan leveren.
  • Deugdelijk materieel dat in goede staat van onderhoud verkeert.
  • Voldoende ademgas van goede kwaliteit. Er is sprake van voldoende ademgas wanneer de duiker gebruik kan maken van een zodanige hoeveelheid reserve-ademgas dat hij in geval van nood de duik op veilige wijze kan afbreken. Vanzelfsprekend moet het ademgas van goede kwaliteit zijn.

Consequenties voor de sportduikinstructeur
De werkinstructie moet aan nogal wat eisen voldoen, maar als je je instructeursmap, je kaarten, je instructieboek(en) (of standaards) bij je hebt op de duiklocatie voldoe je meteen aan heel veel punten.

Daarnaast moet je een inventarisatie van de risico‟s (Taak Risico Analyse) van de duiklocatie maken en een noodplan. Voor de risico-inventarisatie kun je de checklist „Check de stek‟ gebruiken (achterin elk cursusboek); in het logboek vind je tevens een model-Noodplan. Je moet beide documenten ter plaatse bij je hebben.

Verder moet er een duikplan zijn, waarin per duiker aangetekend wordt of er voldoende ademgas beschikbaar is voor de geplande duik (zonder dat reservehoeveelheid ademgas hoeft te worden aangesproken). “Plan je duik, duik je plan !”, ook hier niets nieuws.

Je moet gebruik maken van een deugdelijke duikuitrusting, geschikt voor die duik.

Er moet een zuurstofkoffer (15l/min gedurende 20 minuten) en een EHBO-uitrusting beschikbaar zijn op de duiklocatie en jij als instructeur moet daarbij kunnen, indien nodig.

Je moet zorgen dat er een telefoon is om de hulpdiensten te alarmeren.

Naleving van de ARBO-bepalingen
Voor de zelfstandige sportduikinstructeur zijn de bepalingen in het bij de wet behorende Arbeidsomstandigheden besluit, hoofdstuk 6, Afdeling 5, artikel 9.5 van belang. Hij moet zelf zorgen dat hij alle bovengenoemde bepaling naleeft.
Voor verenigingen en duikscholen die gebruik maken van vrijwilligers zijn de
bepalingen in het bij de wet behorende Arbeidsomstandigheden besluit, hoofdstuk 6, Afdeling 5, artikel 9.5a van belang. Zij moeten erop toezien dat de bepalingen inderdaad nageleefd worden door de vrijwilligers die voor hen werken.

ARBO-wet: Risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E)
Als je een zelfstandige sportduikinstructeur, een stichting, duikvereniging of duikschool bent, eist artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet dat je een Risico-inventarisatie en evaluatie en een bijbehorend Plan van Aanpak opstelt en up to date houdt.

Op de website www.rie.nl vind je als je onder „vrijwilligers‟ zoekt een uitgebreide RI&E waar je die onderwerpen die voor jouw situatie van toepassing zijn, kunt gebruiken. Dit is niet specifiek toegesneden op sportduiken. Daarnaast heeft de NOB het document „ARBO Sportduikverenigingen‟ opgesteld. Verdeeld over de thema‟s „bestuursaangelegenheden‟, „de instructeur en duikevenementen‟ en „het materiaal en de bar‟ geeft dit je heel concrete handvatten voor het opstellen van een RI&E voor de duikvereniging.

Een RI&E is een zogenaamd „levend document‟. Dit houdt in dat je regelmatig moet nagaan of er geen veranderingen of aanvullingen nodig zijn. Het is handig als je bij zaken die je nog niet geregeld hebt, uiteenzet wanneer je dat geregeld wilt hebben.
Maak de inhoud van een RI&E bekend bij de instructeurs en alle vrijwilligers van de club en houd hen op de hoogte van de wijzigingen/aanvullingen. De eenvoudigste manier is om de RI&E te plaatsen op de website van je duikschool, stichting of vereniging. Zo kunnen de klanten ook gelijk zien dat je serieus met dit onderwerp omgaat.

Een RI&E is onvolledig als er geen Plan van Aanpak bij zit. Hierin geef je aan welke maatregelen je gaat treffen om de risico‟s weg te nemen of te beperken, binnen welke termijn je dit gaat doen en wie hiervoor verantwoordelijk is.

ARBO-wet voor de individuele duiker
Als individuele sportduiker kun je ook te maken krijgen met de Arbeidsomstandighedenwetgeving: zodra je gaat werken onder water en er is sprake van een gezagsverhouding dan is de wet van toepassing.
Te denken valt aan het verwijderen van een touw uit de schroef, schoonmaakwerkzaamheden en het opduiken van gereedschap dat overboord gevallen is. Zolang het jouw eigen boot betreft, is er niets aan de hand. Ga jij dit soort werkzaamheden uitvoeren voor de overbuurman (tegen betaling van…) dan treedt het Arbeidsomstandighedenbesluit in werking.

Een zoekactie naar een vermiste duiker valt hier ook onder en zou dus niet toegestaan zijn. Artikel 450 van het Wetboek van strafrecht geeft echter een ontsnapping. Hier word je namelijk verplicht hulp te verlenen als je dat kunt doen zonder jezelf of anderen in gevaar te brengen. Dus in geval van nood mag je, in afwachting van de professionele hulpverleners een slachtoffer gaan zoeken en in veiligheid brengen. Let wel goed op je eigen veiligheid, want niemand is er bij gebaat als jij ook slachtoffer wordt.

Europese normen
Daarnaast is in de Europese normen een aantal zaken geregeld voor alle sportduikinstructeurs en organisaties. Waar we in de tekst hieronder spreken over duikverenigingen bedoelen we ook duikscholen en zelfstandige sportduikinstructeurs.
Dit sluit aan bij hetgeen is gesteld in de Arbeidsomstandighedenwetgeving. Dat deze norm geen wet is, is van ondergeschikt belang doordat in de Arbo-wet geregeld is dat je moet voldoen aan de laatste stand van de wetenschap en professionele dienstverlening en als „werkgever‟ de verplichting hebt scholing en onderricht te geven volgens die laatste stand van de wetenschap en professionele dienstverlening (artikel 3 Arbeidsomstandighedenwet).

Duikvereniging / duikschool = Service Provider
Er is een Europese norm voor Service Providers, oftewel dienstverleners in de duikbranche. Er worden drie gebieden van dienstverlening onderscheiden:
- training en opleiding;
- georganiseerde en begeleide duiken voor gebrevetteerde duikers;
- verhuur van duikuitrusting.
Een organisatie geldt als Service Provider als een of meer van deze activiteiten worden uitgevoerd. Dat betekent dat de norm van toepassing is op NOB-verenigingen en –duikscholen.

In de norm staan allerhande vereisten met betrekking tot de communicatie met de klant, de archivering van opleidingsresultaten en het toewijzen van verantwoordelijkheden bij het duiken. Tenslotte staan er vereisten voor de verhuur van duikuitrusting in.

Informatievoorziening
Een duikvereniging moet een lid volledig informeren over de diensten die hij afneemt, de kosten en voorwaarden (medische keuring).
Als een lid een opleiding gaat volgen, moet de vereniging hem informeren over de procedure van de opleiding, de voorwaarden bij toetsing (succescriteria) en de brevetbevoegdheden.
Bij een georganiseerde duik moet de vereniging alle deelnemers informeren over de duiklocatie, afspraken m.b.t. diepte en tijd en de noodprocedures.

Risico-inventarisatie duiklocatie
De NOB heeft voor de in de norm vereiste risico-inventarisatie een standaard-checklist ontworpen: „Check de stek‟. Deze checklist is in bijlage 1 bij dit document opgenomen. Tevens staat deze checklist vermeld in het NOB-opleidingsmateriaal en het logboek.

Materialen voor noodgevallen
De vereniging moet op de duiklocatie zorgen voor de aanwezigheid van een EHBO-set (toegespitst op de locatie), een zuurstofset die tenminste 15 liter zuurstof per minuut gedurende 20 minuten kan leveren, een communicatiemiddel waarmee de hulpdiensten kunnen worden ingeschakeld en een noodplan (met reddingsprocedures, gebruik zuurstofset, contactgegevens hulpdiensten).

Opleiding
Bij een opleidingsduik is de instructeur geheel en alleen verantwoordelijk voor zijn cursist. Hij moet er dus zelf op toezien dat hij de beschikking heeft over de vereiste veiligheidsmiddelen.

Wanneer een vaardigheid door een instructeur is aangeleerd voor wat betreft de theoretische en praktische ingangseisen kan het verder opdoen van ervaring worden begeleid door een NOB-3*-duiker. Wanneer het om specialisaties gaat, moet de begeleidende 3*-duiker zelf in het bezit zijn van de desbetreffende specialisatie.

Zwembadinstructie door een NOB-1*-instructeur is mogelijk onder supervisie van een NOB-2*-instructeur. Voor alle andere opleidingen in het buitenwater moet een NOB 2*-instructeur worden ingezet. Deze moet wanneer hij les geeft in een specialisatie daarvoor ook de kennis, kunde en ervaring als duiker hebben. Hij moet kunnen aantonen de specialisatie zelf gevolgd te hebben. Voor een aantal speciaslisaties is een aanvullende instructeursopleiding vereist.

Begeleide duiken
Het bestuur van een vereniging stelt een programma op voor de georganiseerde en/of begeleide duiken. In overleg met een daartoe door het bestuur aangezochte 2*-instructeur worden duikplaats(en) en de voor deze duikplaats/activiteit gevraagde brevettering van de deelnemers vastgelegd.
Tevens stellen zij een noodplan op voor de gekozen duikplaats.
Voor het uitvoeren van de geplande duik moeten de aanwezige instructeurs en/of 3*-duikers ter plaatse een risico-inventarisatie uitvoeren. De NOB biedt hiervoor een handvat.
Bij georganiseerde duiken wordt in ieder geval een duikcoördinator aangewezen.
Begeleide duiken die plaatsvinden tijdens een georganiseerde duik vallen onder dezelfde eisen.

Duikuitrusting
Zowel leden in opleiding als instructeurs die instructie geven, moeten beschikken over een alternatieve luchtvoorziening (die kan variëren van een eenvoudige octopus tot een tweede tweede trap).

Archivering
Alle vereiste algemene gegevens met betrekking tot de leden zijn opgenomen in de door de NOB aan de verenigingen gevraagde gegevens bij inschrijving en brevetadministratie.
De vereniging moet een overzicht hebben van de namen en adressen van alle vrijwilligers die voor de vereniging werkzaam zijn. Daaruit moet ook blijken wat ieders taken en bevoegdheden zijn. Ook moet de vereniging kunnen aantonen dat al haar instructeurs beschikken over een brevet en een geldige licentie.
De vereniging moet de vorderingen van haar cursisten bijhouden, evenals hun brevettering. Hiervoor kan het opleidingsschema worden gebruikt. De documenten uit de opleidingsadministratie moeten vijf jaar worden bewaard.

Verhuur van duikuitrusting
De vereniging moet ervoor zorgen dat de verhuurde duikuitrusting in goede staat verkeert. Voor aflevering moet de uitrusting daarop worden gecontroleerd. Vanzelfsprekend moet de uitrusting voldoen aan alle geldende CE-normen.
Bij verhuur van uitrusting moet de vereniging het lid / de klant goed adviseren, waarbij zijn brevettering en ervaring in acht worden genomen. Een lid / klant moet beschikken over een duikbrevet. Als dat niet het geval is, moet de vereniging zich ervan verzekeren dat de huurder onder toezicht van een instructeur handelt.
De vereniging is verantwoordelijk voor het tijdige onderhoud van de verhuurmaterialen en moet hiervan een overzicht bijhouden.

Organisatiestandaards: de regels van de NOB
Alle sportduikorganisaties kennen regels waaraan je je moet houden als sportduiker, sportduikinstructeur of verenigingsbestuurder. Denk maar aan de breveteisen van de verschillende duik- en instructeursbrevetten of aan administratieve voorschriften. Die komen nog eens bovenop de wettelijke regels, voor zover zij niet in conflict zijn met die wet- en regelgeving.

Wettelijke Aansprakelijkheid
Iedereen in Nederland kan voor fouten aansprakelijk gesteld worden door een tegenpartij.
Als duikschool, duikvereniging, stichting, instructeur of begeleider neem je een bepaalde verantwoordelijkheid op je ten aanzien van werknemers, vrijwilligers, cursisten of clubleden.
Verzeker je dus voor de wettelijke aansprakelijkheid, want mocht je aansprakelijk
gesteld worden, dan kunnen de bedragen waarom het gaat flink oplopen.
Lees de polisvoorwaarden goed voordat je zo‟n verzekering afsluit, zodat je zeker
weet of het risico gedekt is.

Is duikles geven nog wel leuk?
“Is duikinstructie geven nog wel leuk?” kun je jezelf afvragen als je al het bovenstaande hebt gelezen.
Natuurlijk, het blijft enorm veel voldoening geven om iemand in te wijden in jouw passie!
Het is daarbij wel zaak dat je nauwkeurig werkt en een administratie bijhoudt, zoals dat je is aangeleerd tijdens je instructeurcursus.

Als jij als sportduikinstructeur werkt volgens de regels, je neemt je eigen verantwoordelijkheid en je spreekt je duikschool, -stichting of – vereniging aan op haar verantwoordelijkheden blijft het een veilige sport waar veel mensen van kunnen genieten.

Misschien zul je een keer nee moeten zeggen als je als sportduikinstructeur aan de waterkant staat, maar ook dat hoort er bij.
De mensen zullen dat moeten begrijpen als ze verantwoord willen leren duiken.

  • Veiligheid gaat vóór alles !
  • Gedraag je je als een goed „huisvader‟, dan blijft het leuk.

Als het toch fout gaat ?

  • doe wat je kunt zonder jezelf en anderen onnodig extra risico te laten lopen.
  • meld het incident bij je sportduikorganisatie of bestuur en bij DOSA .
    (Duik Ongevallen Statistiek en Analyse – www.duikongevallen.nl
    Hier kun je ook meer informatie vinden over wat er allemaal op je af komt bij een incident.

Post- / bezoekadres

Badweg 24
7604 PN  Almelo
 
Routebeschrijving

underwaterhouse

Contact

E: info@aragosta.nl
T: 06 - 10 50 98 75

IBAN: NL31 INGB 0004484354
BIC: INGNL2A
KvK: 40075500
NOB: 221

Index | Cookies | Disclaimer

Het is vandaag zaterdag 18 november in het jaar 2017. - Onderwaterportvereniging Aragosta